Uit de pers
In Juárez blijven de vrouwen verdwijnen
NRC Handelsblad - 4 november 2009 - door PHILIP DE WIT
Chaos door drugsoorlog in Mexicaanse grensstad maakt vrouwen tot nog
makkelijker doelwit
Al sinds 1993 wordt het Mexicaanse Ciudad
Juárez geteisterd door moorden op vrouwen. Dit jaar is het aantal moorden
naar recordhoogte gestegen.

Vermissingsbericht van een tienermeisje in Ciudad Juárez. Het aantal vrouwenmoorden in de Mexicaanse grensstad bereikte dit jaar een nieuwe piek.
Foto Reuters
CIUDAD JUÁREZ, 4 NOV. Het hoofd van
de vrouw zat in een rode plastic zak. Passanten hadden het zo gevonden,
bij een kruispunt in de stad. Naast de tas lag de rest van het lichaam,
onder een deken. Op de onderrug van het onthoofde lijk was een tatoeage
zichtbaar, van een skelet in een vrouwengewaad.
In Ciudad Juárez was het 11 oktober voor het eerst dat een
vrouwenlichaam op deze wijze werd achtergelaten. „Normaal
gesproken zijn het mannen, uit het criminele circuit, die zo worden
vermoord”, zegt Julia Monárrez. Ze is sociologe en doet
onderzoek naar de golf aan onopgeloste moorden op vrouwen en meisjes
die de Mexicaanse grensstad sinds begin jaren negentig teistert.
Dit jaar werden meer dan 100 vrouwen vermoord, onder wie 14
minderjarigen. Daarmee telt 2009 nu meer slachtoffers dan 1993, het
jaar dat de vrouwenmoorden voor het eerst in de schijnwerpers kwamen te
staan, nadat er in een jaar 97 waren gepleegd. Door de drugsoorlog die
de stad op dit moment in zijn greep houdt – dit jaar ruim 1.900
doden – is er echter weinig aandacht voor de nieuwe piek. De
autoriteiten verbinden ze gemakshalve met het narcogeweld: slachtoffers
zouden junkies of vriendinnen van bendeleden zijn.
Onderzoek van Monárrez ontkracht die beweringen. „Dit jaar
zijn 49 slachtoffers gevallen als gevolg van de drugsoorlog, 26 zijn
het gevolg van specifiek geweld tegen vrouwen en van 32 weten we niet
precies wat er gebeurd is.” De snelle stijging van het aantal
vrouwenmoorden is volgens haar mede het gevolg van het toegenomen
geweld en de groeiende chaos in de stad. Het is eenvoudiger geworden
iemand te vermoorden, zonder dat het tot consequenties leidt.
De slachtoffers zijn vaak jonge, arme vrouwen, die verdwijnen en weer
als lijk opduiken. Soms gemarteld, vaak verkracht, gewurgd, of
doodgeslagen. „Het is hier elke minuut onveilig voor een vrouw.
Niet alleen ’s nachts, ook overdag. De meerderheid verdwijnt
overdag, als ze boodschappen zijn gaan doen, of bij iemand langs zijn
geweest. Jonge meisjes moeten ook uitkijken”, zegt Irma Casas,
een psychologe die werkt met vrouwelijke slachtoffers van geweld en hun
families.
Ondertussen blijft de meerderheid van de moorden onopgelost. De redenen
die genoemd worden zijn talrijk en verontrustend. Onwil van de politie.
Plichtsverzaking van justitie. Dossiers die verdwijnen. Opmerkelijk is
dat onder de slachtoffers nooit vrouwen uit de hogere sociale klassen
zitten.
Casas heeft wel een idee waar al dat geweld en de onwil dossiers voor
de rechter te brengen vandaan komen. „De Mexicaanse opvoeding is
nogal patriarchaal. De vrouw moet zich ondergeschikt maken aan de man,
alsof zij minder is. Dat wordt er van kinds af aan ingeramd. De
heersende straffeloosheid maakt het bovendien makkelijk voor mannen in
Juárez. En wie in dit land recht wil halen, heeft geld nodig.
Dat hebben de families van de slachtoffers niet.”
Toch verklaart het niet waarom er juist in Juárez de afgelopen
16 jaar zeker 600 vrouwen verdwenen en werden vermoord. Een eenduidig
antwoord ontbreekt nog altijd, ondanks aandacht voor de vrouwenmoorden
van organisaties als Amnesty International, en diverse rapporten van
een Speciale Federale Aanklager.
Juárez is een uitgestrekte woestijnstad aan de grens met Texas.
De invloeden van de Amerikaanse overburen zijn onmiskenbaar. Veel
laagbouw, talrijke fastfoodketens en winkelcentra. Aan de randen van de
stad bevinden zich de arme buurten, waar veel slachtoffers vandaan
komen.
In een van die arme buurten woonde de 7-jarige Airis Enriquez. In mei
2005 kwam zij op een dag niet meer thuis van school. Airis was met haar
zus en vrienden op weg naar huis, maar raakte los van de groep.
Plotseling was zij uit zicht verdwenen.
Haar moeder is Rubi Pando Hernández, een 34-jarige huisvrouw,
met kort bruin haar. Als zij over haar dochter praat, houdt zij haar
emoties onder controle, hoe pijnlijk de herinneringen ook zijn. Toen
Airis niet meer terugkwam, begon de politie een onderzoek, dat na ruim
honderd uur werd gestaakt. Pando: „Dat is standaard. Als die
periode niet leidt tot enige bruikbare aanwijzingen, dan wordt er een
punt achter gezet.”
Pando zocht de media op en de verdwijning kreeg veel aandacht. Twaalf
dagen later vonden arbeiders het lichaam van Airis in een verlaten pand
aan de rand van de stad, verstopt in een ton met cement.
Pando had altijd gedacht dat zij zich pas zorgen over haar dochters
moest maken als die een jaar of 15 zouden zijn. Onderzoek toonde aan
dat de daders Airis twee dagen lang hadden verkracht, gemarteld en
daarna vermoord. Omdat de zaak in de media werd uitvergroot, maakte
justitie alsnog werk van het dossier. Vijf jongens tussen de 17 en 18
jaar bleken de verdachten te zijn. Eentje van hen had met een ijzeren
stang op haar hoofd ingebeukt totdat zij dood was. Hij is de enige die
tot nu toe is veroordeeld. Pando: „Je kunt hier als jongen of man
doen en laten wat je wilt als het om vrouwen gaat.”
Nazorg of psychologische hulp van de gemeente heeft ze nooit ontvangen.
Daarvoor zijn de families afhankelijk van de verschillende
organisaties, ngo’s, in de stad die de slachtoffers bijstaan. Een
van die organisaties is Nuestras Hijas de Regreso a Casa (Onze dochters
komen thuis), die onder meer psychologische begeleiding verzorgt voor
getroffen families.
Marilesa Ortiz, oprichter van de organisatie sprak vijf jaar geleden
met deze krant. Sindsdien is haar leven ingrijpend veranderd. Terwijl
zij praat, is zij druk in de weer met haar Blackberry. „Ik moet
bereikbaar zijn voor mijn familie, anders wordt ze ongerust. Ik word
met de dood bedreigd.”
Daarom gaat zij al enkele jaren niet meer de deur uit zonder twee
federale politieagenten aan haar zijde. „Als je zoals ik
internationaal bekendmaakt wat hier gebeurt, dat hier vrouwen
straffeloos worden vermoord, dat justitie niet functioneert, dan raak
je de Mexicaanse autoriteiten.”
Haar kinderen zijn weg uit Juárez. Anders is zij te kwetsbaar.
„Maar ik moet dit verhaal blijven vertellen. De situatie is
verslechterd. Als ik toegeef aan de druk, krijgen zij hun zin en komt
er nooit een einde aan de moorden.”
met toestemming van de auteur overgenomen uit NRC Handelsblad van 4 november 2009
|