Uit de pers
ESTHER CHÁVEZ CANO
GEEFT DE VROUWEN VAN JUÁREZ EEN STEM
Deze bekroonde Mexicaanse activiste, die 16 jaar geleden als eerste
de vrouwenmoorden in Ciudad Juárez aan de kaak stelde, voert nu ook een
tweede, meer persoonlijke strijd.
Bron: People en español, maart 2009
Toen Esther Chávez 16 jaar geleden een lijst opstelde met de
namen van alle vermoorde en verdwenen vrouwen in Ciudad Juárez
om gerechtigheid te eisen, dacht ze nog dat ze een paar maanden later
weer als leidinggevende bij een bedrijf in Mexico Stad zou werken.
Maar de straffeloosheid van deze misdaden hield haar tegen, evenals het
leed van de moeders die vergeefs bleven zoeken naar hun verdwenen
dochters en naar hun moordenaars.
“Ik begrijp niet waarom we na 16 jaar nog steeds niet weten door
wie deze vrouwen werden vermoord”, zegt Esther Chávez
Cano, die tot op heden 400 moorden registreerde. “Er zijn al veel
zondebokken aangewezen en de autoriteiten zeggen dat de meeste gevallen
zijn opgelost, maar in werkelijkheid is het verdriet van de moeders
alom aanwezig. Hun gezichten staan nog altijd even droevig als toen hun
dochters werden vermoord en dat zal zo blijven totdat gerechtigheid is
geschied”.
Door dit verdriet, dat is omgezet in frustratie door het uitblijven van
doelmatige acties van de Mexicaanse regering, kwam Esther Chávez
in beweging: in 1999 richtte ze Casa Amiga op, een centrum in Ciudad
Juárez dat kosteloos therapie en rechtsbijstand verleende aan
ruim 200.000 slachtoffers van geweld, voor het merendeel vrouwen en
kinderen.
Een pionierstaak op de grens van Mexico en de Verenigde Staten,
waarvoor Esther Chávez internationale erkenning kreeg in de vorm
van prijzen, en waarvoor ze in december in eigen land werd bekroond met
de nationale Mensenrechtenprijs.
De Mexicaanse president Felipe Calderón zei bij de uitreiking
van de prijs, “Haar moedige aanklacht was onontbeerlijk om de
maatschappij, de autoriteiten, de publieke opinie en de hele wereld
bewust te maken van het geweld tegen vrouwen in Ciudad Juárez.
Dit geweld is een trieste zaak, die al een aantal jaren leidt tot grote
verontwaardiging onder de Mexicanen”.
Naast deze niet-aflatende strijd voert Esther Chávez sinds een
paar jaar een tweede, persoonlijke strijd: drie jaar geleden werd bij
haar longkanker vastgesteld en zou ze nog maar negen maanden te leven
hebben. Nu krijgt ze chemotherapie en zoekt met het bestuur van Casa
Amiga naar een opvolgster en naar financiële middelen zodat het
werk met of zonder haar kan worden voortgezet. “De dokters zeggen
dat ik niet ‘kapot’ te krijgen ben”, zegt ze lachend.
In haar strijd tegen kanker wordt ze gesteund door vrienden, bekenden
en medewerkers van het centrum. Ze weet dat ze een opdracht heeft te
vervullen . “Er moet veel werk worden verzet”, zegt de
activiste die druk uitoefent op de autoriteiten via bijeenkomsten en
persconferenties, en die de armste bevolkingsgroepen van Juárez
bijstaat telkens wanneer een vrouw het slachtoffer is geworden van
geweld en haar hulp inroept. “De vrouwenmoorden vinden niet zo
maar plaats: ze vinden plaats vanwege de armoede, het ontbreken van
bestrating en verlichting, vanwege de corruptie en de straffeloosheid,
omdat het probleem niet bij de wortel wordt aangepakt.”
Esther Chávez Cano komt uit de middenklasse. Ze is een van de
acht kinderen van Alberto Chávez, veehandelaar, en Guadelupe
Cano, huisvrouw. Haar vader stierf toen ze drie en een half jaar oud
was. Ze is van kinds af aan gewend te knokken, ze studeerde af in
de accountancy in 1963, had vervolgens diverse banen in het
bedrijfsleven en kreeg uiteindelijk een directiefunctie. Op verzoek van
een oude tante die stervend was in Ciudad Juárez, ging ze daar
tijdelijk wonen en besloot vervolgens zich daar te vestigen, een
beslissing die haar leven zou veranderen.
Toen ze naar
Juárez kwam, een grensstad dichtbij El Paso, Texas,
zag ze dat veel vrouwen uit het binnenland kwamen werken in de
maquiladoras (assemblagefabrieken) en er de dood vonden door toedoen
van hun echtgenoten of vriendjes die hun vrijheid niet tolereerden, of
door seriemoordenaars wanneer ze uitgingen of naar hun werk gingen in
de fabrieken die in een afgelegen, woestijnachtig gebied liggen.
“De vrouwenmoorden zijn niet gestopt, hoewel de autoriteiten
zeggen dat dit wel zo is”, zegt Chávez Cano. “Alleen
het profiel is veranderd: tegenwoordig worden niet, zoals
voorheen, jonge en mooie vrouwen vermoord, maar willekeurige vrouwen
die daarna bij het vuil worden gegooid”.
Het helpt ook niet dat Juárez vandaag de dag veranderd is in een
gebied zonder wetten waar de terreur is doorgedrongen tot alle sectoren
van de maatschappij en waar de regering van president Calderón
de strijd heeft aangebonden tegen de drugshandel. Alleen al in het
afgelopen jaar werden ruim 1600 moorden gemeld, waarvan meer dan 100
vrouwen, op een totaal van 5500 in heel Mexico, meer dan het aantal
Amerikaanse doden in de Irak oorlog. “We hebben een monster
gecreëerd, en dat krijgen we nu niet meer onder controle”,
zegt Esther Chávez.
De 48-jarige Trinidad Villigrana verzekert ons dat ze te midden van
deze chaos en tragedies Esther Chavez heeft ervaren ‘als een
moeder’. “Zij heeft mij geholpen om verder te gaan, om
sterk te zijn”, zegt Villigrana, wier tienerdochter Celia Cruz in
1995 verdween na afloop van haar werk in een maquiladora en van wie ze
tien jaar later een schedel toegestuurd kreeg die volgens de
autoriteiten van haar dochter was. “Dankzij haar kreeg ik
therapie van een psychologe, en ze hielp me met mijn kleinkinderen
[kinderen van haar dochter Cruz]”.
Ook Oscar Máynez is Esther Chavez dankbaar; hij was tot 2002 het
hoofd van de afdeling Forensisch onderzoek in de staat Chihuahua,
waartoe Ciudad Juárez behoort, totdat hij stopte met zijn werk
omdat hij, volgens zijn zeggen, weigerde valse bewijzen te produceren
in de zaak tegen twee chauffeurs die door de overheid werden
beschuldigd van de moord op 8 vrouwen. “Esther was de eerste die
de wereld informeerde over het geweld en de straffeloosheid waaronder
de vrouwen van Juárez lijden”, zegt Maynez. “Ze is
integer, en voor niemand bang.”
|